Techneuten, zie een jurist niet als lastpak of automaat
geplaatst op: 15-09-2005
Henk van Harssel, voorzitter van de Vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers (NVB) hield in Cobouw, 30 augustus 2005 (nummer 159) een pleidooi om juristen terug in hun hok te stoppen. Daar waar het de wetgevingsjurist betreft kan Pieter de Vries ermee leven, gezien het belang van de branche bij deregulering. Andere koek is volgens hem echter de betrokkenheid van juristen bij contractvorming. Hier moet de jurist niet terug in zijn hok, sterker nog, bouwparticipanten dienen zich eens bewust te worden van de meerwaarde van juridische ‘knowhow’ bij aanvang van het bouwproces.
De ‘crie de coeur’ van Van Harssel is absoluut niet nieuw en lijkt een bevestiging te zijn van de reeds jarenlange koude oorlog tussen techneuten en juristen.
In 1903 werd reeds in het tijdschrift ‘De Ingenieur’ de vraag gesteld: “Zullen wij het bij voortduring moeten aanzien dat juristen en nog eens juristen de leidende plaats innemen bij alles wat er in Nederland geschied, aan welke juristen wij dan wel van tijd tot tijd een door hen gevraagd advies mogen geven?”
Techneuten hebben, even zwart/wit gesteld, geen bijster hoge pet op van juridisch volk. Ze zijn in hun visie weinig concreet, communiceren moeizaam en kosten ook nog eens klauwen met geld. Anderzijds zien de meeste juristen – in hun verkokerde visie – techneuten als weinig flexibele persoonlijkheden die alleen maar in termen van objectief meetbare prestaties kunnen denken. Het gevolg is dat de disciplines elkaar liever mijden en de techniek de juristerij slechts dan opzoekt in geval van een dispuut.
In de stellige overtuiging dat bij een bouwwerk de techniek centraal staat, blijft het vormgeven van bestekken dan wel prestatiegerichte concepten veelal buiten het gezichtsveld van de jurist.
De praktijk leert dat de bestekschrijver, feitelijk degene die de meeste juridische/administratieve input heeft op een contract, doch daar het minste vanaf weet, creatief aan de slag gaat. In ieder geval geldt dat laatste voor de niet-gediplomeerde bestekschrijvers.
Het volgende citaat van Cremers uit 1935 is illustratief. “Door twee afdrukken van een oud bestek uit elkaar te knippen en naar behoefte in te plakken, kan men somtijds heel wat geschrijf uitsparen, doch, wordt er niet zeer oplettend te werk gegaan, dan kunnen er zonderlinge dingen gebeuren, vooral als de bestekmaker meent dat het overbodige niet schaadt en op goed geluk inplakt, omdat hij toch niet heeft op te schrijven”.
Gevolg is onder meer dat een inschrijvende aannemer bij een aanbesteding veelvuldig wordt geconfronteerd met een bestek dat allang niet meer het predikaat ‘standaard’ waardig is.
Voor de aannemer een ramp, immers bij een gereglementeerde aanbesteding is het hem verboden zelf voorwaarden te stellen. In diens honger naar werk – hij gunt immers zijn collega het verlies niet – wordt dan maar ingeschreven en starten partijen feitelijk met een verminkt juridisch administratief kader. Uiteraard gaat het dan net zolang goed, totdat het in technische zin fout gaat.
Partijen – overigens bouwkolom breed – realiseren zich pas dan dat hun wederzijdse rechten en verplichtingen onder meer vermeld stonden in het contract, het bestek inclusief fundamentele wijzigingen op de UAV 1989. De jurist die de alsdan te lezen bestekpret onder zijn ogen krijgt, zou daar zowaar een avondvullende conference mee kunnen vullen. Hoofdstuk 0.1.02. (STABU), respectievelijk deel III (RAW) nemen soms telefoonboekachtige vormen aan, hetgeen er veelal op duidt dat het traditionele bouwmodel werd verlaten, en, althans op papier, de ontwerpverantwoordelijkheid bij de aannemer werd gelegd. De vrije 09-code tiert welig, bouwtijd overschrijding wordt, in verhouding tot het werk, vaak gesanctioneerd met idioot hoge kortingbedragen en het opnemen van garantietermijnen die in de verste verte niet stroken met wat in de branche te doen gebruikelijk is, is bijna normaal goed geworden. De alom aanwezige claimcultuur komt veelal tot uiting in een arbitrage, waarbij dan noodgedwongen een advocaat in de arm moet worden genomen.
Draagkracht
Zuchtend en steunend stort de techniek de half gevulde schoenendoos met documenten uit over het bureau van de advocaat. Bevreesd dat de meter ook tijdens toiletbezoek doorloopt wordt al snel het kantoor verlaten, de jurist in complete chaos achterlatend. Naast het feit dat veelal de bouwadministratie verre van compleet is, cruciale afspraken niet deugdelijk aan het papier zijn toevertrouwd, wordt ook nog eens het ene na het andere met elkaar strijdige document gespot. Lawyers paradise?
Techneuten, alstublieft zie een jurist niet als een lastpak die alleen maar geld kost. Beschouw een jurist ook niet als een automaat waarin het bestek wordt ingevoerd, we gooien er een paar euro’s bij, we drukken op de knop en het ja/nee-antwoord rolt eruit. Maak doelbewust reeds in de voorbereidende fase van een project gebruik van de ‘knowhow’ die een advocaat tijdens de vele arbitrages heeft opgedaan, met als één doel: een goed en evenwichtig bestek, een goede risicoverdeling die recht doet aan de draagkracht van partijen, resulterend in een zuivere aanneemsom.
Ik ben ervan overtuigd dat daar waar techniek en juristerij eens goed naar elkaar willen luisteren en serieus met elkaar communiceren zonder in vakjargon door te slaan, er met recht van een constructief bouwteam gesproken kan worden. Is de wil voor communiceren echter niet aanwezig, dan zal het maximaal haalbare zijn dat we toch net langs elkaar heen blijven praten met als resultaat nog zeer vele procedures.
Mr. D.P. de Vries; Bierman Aitton Waiboer Advocaten en Notarissen, Sectie Bouw-/Vastgoedrecht, Tiel; vries@baw.nl
(Bron: Cobouw 8-9-2005).
Terug