Het ideale aanbestedingsmodel bestaat niet
geplaatst op: 25-01-2006
Op uitdrukkelijk verzoek van de Tweede Kamer heeft het ministerie van VROM opdracht gegeven om de aanbestedingspraktijk in het buitenland te onderzoeken. Aanleiding was de bouwfraudeaffaire waaruit bleek dat de traditionele manier van aanbesteden prijsafspraken deels in de hand werkte. Bovendien lijken grote bouwprojecten structureel uit de hand te lopen als het gaat om de financiën. VVD-Kamerlid P. Hofstra vond het een goed idee om eens over de landsgrenzen te kijken. Het Britse Construction Innovations heeft dat gedaan en de aanbestedingspraktijk in diverse landen in kaart gebracht. Minister Dekker (VROM) heeft de resultaten afgelopen week naar de Tweede Kamer gestuurd. De onderzoekers merken zelf op dat ieder uniek project een eigen aanpak vergt waarbij prioriteiten van de opdrachtgever gevolgen hebben voor de uitvoering. Kosten, tijd, wensen en prioriteit van de opdrachtgever, complexiteit en risico%u2019s spelen allemaal een rol. In grote lijnen worden drie aanbestedingsmodellen onderscheiden.
Innovatief Het Anglo-Saxon-model in Australië en Groot-Brittannië heeft een sterke professionele cultuur, en strikte scheiding van ontwerp- en bouwverantwoordelijkheid. In deze landen is ook de meeste ervaring opgedaan met publiek private samenwerking en innovatieve contractvormen. In 2003 waren 451 privaat gefinancierde bouwprojecten in aanbouw. De M6 en The Skye Bridge zijn voorbeelden van hoe de overheid concessies voor infrastructuur kan uitgeven. De praktijk heeft volgens de onderzoekers wel uitgewezen dat het optuigen van innovatieve werken niet loont voor werken onder de 20 miljoen pond. In Denemarken en Zweden is het zogenoemde %u2018corporatist%u2019-model in zwang. Daarbij werken opdrachtgever en opdrachtnemer nauw samen en is geen strikte scheiding tussen ontwerp en bouwfase. De onderzoekers merken daarbij op dat het Nederlandse %u2018poldermodel%u2019 daar een variant van is. De Götatunnel geldt als succesvol voorbeeld waarbij een mix is gevonden van deze tradities en de realisatie van een zeer complex project. Gedurende het de ontwerp en bouwfase was steeds ruimte voor aanpassingen om het ontwerp zo optimaal mogelijk te maken. Daarbij is wel de vraag gerezen in hoever een opdrachtgever moet gaan om de bouwer te helpen bij het nakomen van zijn contractuele eisen. In Frankrijk, en in mindere mate in België, wordt gewerkt volgens de %u2018étatique%u2019. De overheid heeft grote invloed op relaties en inrichting van de bouw. De meeste werkzaamheden wordt onder verantwoording van de bouwer uitgevoerd, waarbij het ontwerp van ondergeschikt belang is. Bij deze manier van werken ligt onevenredig de focus op het werk en is nauwelijks aandacht voor de eindgebruiker, waarschuwen de onderzoekers. In Frankrijk is inmiddels %u2013 vergelijkbaar met de Britten %u2013 flink wat ervaring met de bouw van ziekenhuizen in een pps-model. De evaluatie van een ziekenhuis van 7468 vierkante meter werd tien maanden eerder opgeleverd dan via de traditionele bouwmethode. De kosten vielen echter met 14,4 miljard euro een half miljard hoger uit. Desondanks is de ervaring positief. Dekker schrijft in de begeleidende brief dat PIANOo (Professioneel en innovatief aanbesteden, netwerk voor overheidsopdrachtgevers) het onderzoek zal uitwerken tot een handboek met %u2018best practices%u2019 dat straks wordt gebruikt voor adviseringen bij Nederlandse aanbestedingen. Deze dienst, onder leiding van H. Baayen, valt inmidd
Terug
|