Toepassing materiaal op CE-merk vermelden
geplaatst op: 19-07-2007
Er is nog een lange weg te gaan voor er in de praktijk sprake is van uniform testen en een daadwerkelijke acceptatie van CE-markering als het enige ‘paspoort’ voor bouwmaterialen in de Europese markt. Dat concludeert Henk Vermande van PRC naar aanleiding van het onderzoek naar de economische effecten van de Europese Richtlijn Bouwproducten. “CE-gemarkeerde producten worden nog niet volleduig geaccepteerd door de eindgebruikers. Bouwbedrijven, handelaren en architecten zijn gewend om nationale merken als KOMO te gebruiken. Zij aanvaarden slechts schoorvoetend het CE-merk als een voldoende garantie dat het product kan worden toegepast in een gebouw en dat het voldoet aan de nationale bouwregelgeving”, aldus Vermande. Daar komt bij dat de CE-markering wel allerlei technische aspecten geeft van een bouwmateriaal, zoals treksterkte, maar niet voor welke toepassing het geschikt is. Dat was dan ook een van de kritiekpunten van de Europese Federatie van Bouwondernemingen FIEC. Die had er al eerder op gewezen dat alleen al door klimatologische omstandigheden, maar ook door andere bouwmethoden en lokale omstandigheden producten en daarmee ook hun toepassing van land tot land kunnen verschillen. Zo verschillen bijvoorbeeld metselmortels in België aanzienlijk van die in Nederland.
Duidelijker PRC beveelt dan ook aan dat de informatie over toepassingsmogelijkheden duidelijker worden omschreven in de CE-markeringen. “Of dat nu op het label zelf moet of te vinden is via internet, maakt niet veel uit. Als de informatie maar te krijgen is”, vindt Vermande. De Europese Commissie is overigens druk bezig de richtlijn bouwproducten te herzien vanwege de door PRC gesignaleerde problemen. Doelstelling van de richtlijn was juist dat bouwproducten op dezelfde manier worden beoordeeld en getest in Europa op basis van Europese technische specificaties. Daarmee zouden handelsbelemmeringen worden weggenomen, zo was de gedachte daarachter, de kosten voor producenten te verlagen en grotere markten te creëren. “Deze doelen worden redelijk gehaald, maar dit geldt vooral voor de grote bedrijven. Veel kleine materiaalproducenten die op de lokale markt opereren, voelen de last van het introduceren van nieuwe testen en kwaliteitsprocedures”, weet Vermande. Een probleem blijft overigens wel het harmoniseren van de specificaties van bouwmaterialen. Doordat er regionale verschillen zijn binnen Europa op het gebied van levensstijl, klimaat en bouwmethoden, zullen de lidstaten rekening moeten houden met die verschillen. Volgens de FIEC is dat de enige manier waardoor aannemers kunnen bepalen of bouwproducten door hen te gebruiken zijn.
(Cobouw 19-07-2007).
Terug
|