Vogelaar voor afschaffing bouwplantoets
geplaatst op: 15-05-2008
De minister wil in een aantal gemeenten experimenteren met de nieuwe werkwijze. Dat bleek gisteren bij de presentatie van het advies “Privaat wat kan, publiek wat moet” van de commissie Fundamentele Verkenning Bouw. Kern van dit advies is dat de overheid de bouwers zelf meer verantwoordelijk moet maken voor naleving van de bouwregels. Zoals eerder al uitlekte via Cobouwpleit de commissie voor afschaffing van de gemeentelijke preventieve Bouwbesluittoets. Volgens de commissie leidt het huidige vergunningenstelsel soms tot schijnzekerheid. Gemeenten en bouwers gaan er immers geregeld van uit dat de ander controleert of de aanvraag voldoet aan de voorschriften uit het Bouwbesluit. Het is daarom beter om de bouwer geheel verantwoordelijk te maken, vindt de commissie. De bouwer moet bij de aanvraag voor een bouwvergunning aantonen dat het bouwwerk voldoet aan de technische voorschriften en de controle op de bouwplaats goed is geregeld. Voor een wettelijk verplichte hoofdconstructeur voelt de commissie niets. Gemeenten moeten bouwaanvragen alleen nog maar toetsen aan het bestemmingsplan en welstandvereisten. De verwachting is dat de nieuwe werkwijze leidt tot lagere bouwleges. Minister Vogelaar voorziet dat het voorstel voor afschaffing van de gemeentelijke preventieve toets “heftige discussies” gaat opleveren, maar wil er niettemin mee aan de slag gaan.
‘De bezem moet door procedures’ Het kabinet moet nu echt stappen ondernemen om de regeldruk voor bouwers fors te verminderen en ze meer ruimte geven om te ondernemen. Het is tijd voor een “harde bezem” door de talloze procedures in de bouw. Dat stelt Bouwend Nederland in een eerste reactie op het advies “Privaat wat kan, publiek wat moet” van de commissie fundamentele verkenning bouw. De commissie, onder voorzitterschap van oud VROM-minister Dekker, heeft in opdracht van het kabinet alle bouwregels onder de loep genomen en gekeken naar mogelijkheden voor vereenvoudiging van het huidige stelsel. De commissie komt met zeven concrete voorstellen (zie onderstaand). Volgens Dekker moet de overheid zorgen voor minder maar wel eenduidige regels. Winst is er vooral te behalen op het lokale vlak, zo blijkt uit het advies. Zo wil de commissie Dekker af van de lokale kop op landelijke bouwregels. Het feit dat er lokaal vaak verschillende aanvullende eisen worden gesteld jaagt de marktpartijen behoorlijk op kosten, zo constateert de commissie in het advies.
De commissie wil ook dat bestemmingsplannen minder gedetailleerd worden en dat de mogelijkheden voor beroepsmogelijkheden worden beperkt. Volgens Dekker moet de definitie van belanghebbende veel enger worden omschreven. Ze stelt voor om de recente jurisprudentie grondig te bestuderen om uiteindelijk de inspraak van bijvoorbeeld milieugroeperingen in te perken. “Als we duidelijker kunnen vaststellen wie er daadwerkelijk belanghebbend is, vallen er zeker mensen af. Dat scheelt enorm in procedures en dus in tijd en geld”, aldus de VVD-politica. Bouwend Nederland liet gisteren in een reactie weten verheugd te zijn dat de commissie Dekker meer verantwoordelijkheid wil leggen bij het bedrijfsleven. De bouwers onderschrijven ook het pleidooi van Dekker om te schrappen in de regels en vindt dat de commissie wat dat betreft met belangrijke aanbevelingen komt. Volgens de bouwers komt het nu echt aan op daden van het kabinet die wat Bouwend Nederland voortvarend met de voorstellen aan de gang moet gaan.
Zeven aanbevelingen commissie Dekker: -Privaat wat kan, publiek wat moet. Overheid is terughoudend en stelt kaders. Meer verantwoordelijkheid en ruimte voor bouwers. - Afschaffen gemeentelijke preventieve Bouwbesluittoets. - Geen aanvullende gemeentelijke eisen bovenop landelijke regelgeving - Meer aandacht voor uitvoerbaarheid nieuwe regelgeving - Bestemmingsplannen moeten minder gedetailleerd en uniformer, inspraak beperken. - Meer experimenteren met gebiedsconcessies, waarbij private partijen de volledige bevoegdheid voor realisatie en beheer krijgen. - Betere kennisoverdracht over het gehele bouwproces.
(Cobouw 15-5-2008).
Terug
|