Stabu - Bouwbreed informatie systeem
Home | 
Login | 
Disclaimer | 
Aanmelden | 
Sitemap
 
DSC01171.jpg
 
 
Van de vragen die o.a. via de telefonische helpdesk, de STABU gebruikersdagen en de diverse cursussen en opleidingen bij de Stichting STABU zijn binnengekomen is een selectie gemaakt, welke in deze rubriek worden weergegeven.

Waarom KLIC-melding regelen?
geplaatst op: 29-10-2007

Vraag binnengekomen via de helpdesk van STABU: Waarom zou ik de KLIC-melding regelen in het bestek? Het werk is toch voor rekening en risico van de aannemer?

Vraag binnengekomen via de helpdesk van STABU: Waarom zou ik de KLIC-melding regelen in het bestek? Het werk is toch voor rekening en risico van de aannemer?

Antwoord
Niemand is gebaat met een kabel- en/of leidingbreuk! Alleen al de directe schade aan kabels en leidingen bedraagt naar schatting 40 tot 75 miljoen Euro per jaar. Naast de economische schade aan de kabel of leiding, leidt een graafincident ook tot onderbreking van het werk en de levering van bijvoorbeeld gas, elektriciteit of telecomsignalen. Bovendien kan een graafincident levensgevaarlijk zijn voor de graver en zijn omgeving.

In paragraaf 6 lid 4 van de U.A.V. 1989 staat weliswaar dat: "Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor rekening van de aannemer met ingang van de datum van aanvang of zoveel eerder als de aannemer ingevolge paragraaf 7, tweede lid, met het werk begint, tot en met de dag waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd. Onder het werk en de uitvoering daarvan worden mede begrepen de voorbereiding, de aanvoer van bouwstoffen, de uitvoering van hulpwerken, de doelmatigheid en capaciteit van werktuigen en gereedschappen."

Daarnaast staat in paragraaf 6 lid 6 van de U.A.V. 1989 dat: "De wijze van uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat voor de opdrachtgever dan wel voor derden geen nodeloze hinder is te duchten. De aannemer dient het werk zodanig uit te voeren, dat daardoor schade aan persoon, goed of milieu zoveel mogelijk wordt beperkt."

In paragraaf 6 lid 8 van de U.A.V. 1989 staat dat: "De aannemer is aansprakelijk voor schade aan met het werk in verband staande werken van de opdrachtgever en aan andere werken en eigendommen van de opdrachtgever, voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en te wijten is aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers."

Tenslotte staat er in paragraaf 6 lid 9 van de U.A.V. 1989 dat: "De aannemer vrijwaart de opdrachtgever tegen aanspraken van derden tot vergoeding van schade, voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en te wijten is aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers."

De U.A.V. 1989 houdt ook rekening met een pro-actieve rol van de opdrachtgever. In de slotregels van paragraaf 5 lid 1 van de U.A.V. 1989 staat immers: "Indien de aard van het werk hiertoe aanleiding geeft, houdt de directie voor de aanvang van het werk een bouwbespreking met de aannemer en de leidingbeheerders, waarbij de aannemer wordt ingelicht omtrent de juiste ligging van de zich in of nabij het werk en het werkterrein bevindende ondergrondse kabels en leidingen en waarbij wordt vastgesteld wat daarmee moet geschieden. Indien de directie deze bouwbespreking niet houdt, zal de aannemer voor de aanvang van het werk om het houden van die bespreking verzoeken. De directie zal aan dit verzoek gevolg geven."
Ook staat er in paragraaf 5 lid 1c van de U.A.V. 1989 dat: "De opdrachtgever zorgt er voor, dat de aannemer tijdig kan beschikken: c. over de benodigde tekeningen en andere gegevens;"

STABU biedt een tweetal teksten aan om in het bestek op te nemen met de bedoeling om graafschade te voorkomen. Allereerst is er de aanvullende administratieve bepaling 01.02.05.01 "BOUWBESPREKING", met de tekst: "De bouwbespreking als bedoeld in paragraaf 5, lid 1 van de UAV zal worden gehouden". Daarnaast is er de enigszins bevoogdende aanvullende administratieve bepaling onder 01.02.06.05 "ONDERGRONDSE KABELS EN LEIDINGEN" met daarin opgenomen de schraptekst: "De aannemer meldt ten minste drie (of vijf) werkdagen vóór de aanvang van de werkzaamheden, waarbij mogelijk in de grond aanwezige kabels en leidingen betrokken zijn, de uitvoering daarvan aan het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC)."

Om graafincidenten te voorkomen komt de overheid overigens met wetgeving. In maart 2006 is het wetsvoorstel "Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten", oftewel de Grondroerdersregeling bij de Tweede Kamer ingediend. Deze wet zal naar verwachting in 2008 in werking treden. Met inwerkingtreding van de wet wordt de zelfregulering via het bestek grotendeels vervangen door wettelijke verplichtingen. De grondroerder moet tijdig zijn voorgenomen werkzaamheden melden bij het (digitaal) loket, onder te brengen bij het Kadaster, maar niet eerder dan 20 dagen van tevoren om actualiteit van de informatie te waarborgen. Dit melden kan straks 24 uur per dag via het Internet. De kabel- en leidingbeheerder wordt verplicht om via het loket de grondroerder tijdig te voorzien van betrouwbare en bruikbare informatie over de ligging van zijn kabels of leidingen. Eventuele afwijkende liggingen moeten gemeld worden en kaartmateriaal moet hierop worden aangepast. Zowel de grondroerder als de kabel- en leidingbeheerder zijn verplicht zich aan te sluiten bij het informatie-uitwisselingsysteem waarvan het loket onderdeel uitmaakt. De uitvoerder moet zorgvuldigheid betrachten bij zijn werkzaamheden. De wet schrijft ook extra voorzorgsmaatregelen voor bij graafwerkzaamheden rondom gevaarlijke leidingen, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van de beheerder. Het Kadaster zal de dienstverlening zoals die nu door het KLIC (Kabels- en Leidingen Informatiecentrum) wordt uitgevoerd, overnemen.

Opdrachtgevers van graafwerkzaamheden krijgen volgens de nieuwe wet de verantwoordelijkheid om grondroerders de gelegenheid te geven om zorgvuldig te graven. Opdrachtgevers moeten voldoende tijd en geld reserveren, zodat de grondroerder hier in de praktijk ook echt uitvoering aan kan geven.

 

bron: STABU-bulletin najaar 2007


 

Terug