Stabu - Bouwbreed informatie systeem
Home | 
Login | 
Gebruikersopties | 
Disclaimer | 
Aanmelden | 
Sitemap
 
Frans Gouw
 
 
Van de vragen die o.a. via de telefonische helpdesk, de STABU gebruikersdagen en de diverse cursussen en opleidingen bij de Stichting STABU zijn binnengekomen is een selectie gemaakt, welke in deze rubriek worden weergegeven.

Wet arbeid vreemdelingen en het bestek
geplaatst op: 15-04-2008

Vraag gesteld aan de helpdesk van STABU: Is mijn opdrachtgever een werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV) en moet ik dan iets regelen daarover in het bestek?

Antwoord helpdesk STABU
Volgens de Wet arbeid vreemdelingen (WAV) is uw opdrachtgever werkgever als hij een ander arbeid laat verrichten om zijn beroep of bedrijf uit te oefenen. Onder dit begrip vallen dus ook bedrijven, overheidsinstellingen en personen die een ander feitelijk voor zich laten werken.

Onder het begrip vallen:

  • degene bij wie de arbeid feitelijk wordt verricht (inhuren/inlenen);
  • degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt (bijv. uitzendbureau, loonbedrijf);
  • een opdrachtgever;
  • een hoofdaannemer;
  • een (onder)aannemer;
  • een freelancer/zelfstandige (in een aantal gevallen);
  • een natuurlijke persoon die een ander huishoudelijke of persoonlijke diensten laat verrichten.

Hierbij kunnen ook particuliere opdrachtgevers als werkgever worden beschouwd, bijvoorbeeld als die anderen een verbouwing laat uitvoeren. Het begrip werkgever in de WAV wijkt dus af van hetgeen gebruikelijk wordt geacht in het administratief- of civielrecht.

Als uw opdrachtgever vreemdelingen “voor zich laat werken” zonder een tewerkstellingsvergunning voor hen aan te vragen, is hij strafbaar. Het tewerkstellen van illegale arbeidskrachten gaat namelijk ten koste van legale arbeidskrachten. Deze komen daardoor moeilijker of niet aan werk en worden dan afhankelijk van een uitkering. Bovendien worden illegale arbeidskrachten veelal onderbetaald, zijn hun arbeidsomstandigheden en huisvesting vaak slecht en worden sociale premies en belasting ontdoken. Dit leidt dan tot oneerlijke concurrentie met bonafide werkgevers, wat maatschappelijk zeer ongewenst is. De Wet arbeid vreemdelingen (WAV) verbiedt nadrukkelijk aan de werkgever om vreemdelingen, die geen vrije toegang hebben tot de Nederlandse arbeidsmarkt, zonder geldige tewerkstellingsvergunning voor zich te laten werken.
Per 1 januari 2005 is de bestuurlijke boete ingevoerd in de Wet arbeid vreemdelingen (WAV). De Arbeidsinspectie krijgt hiermee de mogelijkheid om een werkgever een boete op te leggen als deze vreemdelingen, zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, in dienst heeft. Deze boete kan oplopen tot € 8.000,- per illegaal werkende werknemer.
In beginsel moet men nooit wetgeving aansturen vanuit het bestek omdat de wet altijd al van toepassing is. Dus een tekst in het bestek die luidt “van toepassing is de Wet arbeid vreemdelingen (WAV)” is uit den boze. Specifieke wetgeving die “aanstuurt” om iets te regelen in het bestek is door STABU reeds geïmplementeerd in de systematiek. Bijvoorbeelden hiervan zijn teksten aangaande de Wet Ketenaansprakelijkheid, het  Arbeidsomstandighedenbesluit en het Bouwstoffenbesluit. Of dit ook zou moeten gelden voor de Wet arbeid vreemdelingen (WAV), gezien de verwantschap met de Wet Ketenaansprakelijkheid (eigenbouwer versus werkgever) zal door STABU op korte termijn, via Projectgroep 01, worden bekeken. Vooruitlopend hierop zou men in het bestek al kunnen regelen, onder bijvoorbeeld 01.02.06 “VERPLICHTINGEN VAN DE AANNEMER”, dat het op het werk in te zetten personeel in het bezit dient te zijn van de vereiste documenten/vergunningen en in het bijzonder, maar niet uitsluitend, de vereiste tewerkstellingsvergunningen op grond van de WAV.
 
Daarnaast zou men onder 01.02.27.03 “VERSLAGEN BOUWVERGADERINGEN” op kunnen nemen dat bij elke bouwvergadering het onderwerp "tewerkstelling van vreemdelingen op het werk" een vast agendapunt dient te zijn en dat bij de eerste bouwvergadering de aannemer een lijst aan de directie dient te overleggen van alle op het werk aanwezige personen, die over een tewerkstellingsvergunning dienen te beschikken, alsmede een kopie van hun tewerkstellingsvergunning en kopie van het document als bedoeld
in artikel 1, eerste lid van de Wet op de Identificatieplicht.
Tenslotte zou men nog een aanvullende administratieve bepaling kunnen opnemen waarmee de aannemer de opdrachtgever vrijwaart voor alle boetes die de opdrachtgever op grond van de Wet arbeid vreemdelingen en/of de Wet op de identificatieplicht opgelegd mocht krijgen als gevolg van het tewerkstellen van vreemdelingen door de aannemer.

 

bron: STABU-bulletin maart 2008

Terug