Navigatie

Van de vragen die o.a. via de telefonische helpdesk, de STABU gebruikersdagen en de diverse cursussen en opleidingen bij de Stichting STABU zijn binnengekomen is een selectie gemaakt, welke in deze rubriek worden weergegeven.

Verschillen in afmetingen

Geplaatst op 16 december 2009

In zijn rubriek 'in kort bestek' (STABU-bulletin december 2009) gaat auteur Sietze Wierda in op 'verschillen in afmetingen'

In zijn rubriek 'in kort bestek' (STABU-bulletin december 2009) gaat auteur Sietze Wierda in op 'verschillen in afmetingen'

Een aannemer heeft op basis van de bestektekeningen van de adviseur draagconstructies stalen liggers laten vervaardigen voor toepassing in een bestaand gebouw. Bij het plaatsen van de liggers met een variabele lengte van ongeveer acht meter, blijkt één van deze liggers zes centimeter te kort te zijn. De aannemer claimt nu het aanpassen resp. opnieuw laten produceren van de ligger als meer werk, omdat de opdrachtgever ingevolge U.A.V. par. 29 lid 3 de verantwoordelijkheid draagt “...voor de juistheid van de door of namens hem verstrekte gegevens...”

U.A.V. paragraaf 29.
Op het beschreven geval zijn van toepassing de leden 2 en 3 van de U.A.V. 1989:

lid 2: Indien de in het bestek aangegeven afmetingen niet overeenkomen met die, voorkomende in de werkelijkheid, is de aannemer verplicht de door hem geconstateerde afwijking ter kennis te brengen van de directie, teneinde met deze overleg te plegen omtrent hetgeen moet geschieden om, gelet op de afwijking, het werk juist uit te voeren. De gebleken afwijking geeft, afgezien van de verrekening van meer en minder werk, welke uit het bestek mocht voortvloeien, de aannemer aan spraak op bijbetaling, indien die afwijking van zodanige aard is, dat de gevolgen daarvan redelijkerwijs niet voor zijn rekening dienen te komen.
lid 3 Verschillen tussen de tijdens de uitvoering blijkende toestand van bestaande gebouwen, werken en terreinen enerzijds en de in het bestek aangeduide toestand anderzijds geven, afgezien van de verrekening van meer en minder werk, welke uit het bestek mocht voortvloeien, de aannemer aanspraak op bijbetaling, indien die verschillen van zodanige aard zijn, dat de gevolgen daarvan redelijkerwijs niet voor zijn rekening dienen te komen.Overigens draagt de opdrachtgever de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de door of namens hem verstrekte gegevens. Het in dit lid bepaalde is ook van toepassing indien in het bestek geen toestand of gegevens zijn aangeduid, doch de tijdens de uitvoering blijkende toestand afwijkt van die welke de aannemer redelijkerwijs had mogen verwachten.

De jurisprudentie betreffende deze artikelen heeft telkens betrekking op verschillen in de hoeveelheden waarop de aannemer heeft gerekend ten behoeve van de prijsaanbiedingen en de hoeveelheden die in werkelijkheid moesten worden uitgevoerd. Duidelijk is, dat de aannemer verschillen in afmetingen tussen het bestek en de werkelijkheid ter kennis dient te brengen van de directie. Door het achterwege laten van de verlangde melding ontneemt de aannemer de opdrachtgever de mogelijkheid tot aanbrengen van een bestekswijziging volgens U.A.V. par. 36 3), waarmee het probleem zou kunnen worden opgelost (bijvoorbeeld het wijzigen van de ingeschreven maat).

Algemeen
Met een goede kennis van de U.A.V. en juridisch inzicht kan de directievoerder de aannemer vanaf de eerste bouwvergadering duidelijk maken, dat er tussen hem en de opdrachtgever een duidelijke en eenduidige overeenkomst is gesloten. Niet voor niets bepaalt de U.A.V. in par. 6 lid 1, dat de aannemer verplicht is “...het werk uit te voeren naar de bepalingen van de overeenkomst zonder aanspraak op verrekening, bijbetaling of schadevergoeding te kunnen doen gelden dan in de gevallen, waarin dat bepaaldelijk voorgeschreven of kennelijk bedoeld is.” en voorts, dat hij verplicht is “...al datgene te verrichten, wat naar de aard van de overeenkomst door de wet, de billijkheid of het gebruik wordt gevorderd of tot een behoorlijke aanwending der bouwstoffen behoort.”

Bovendien is op dat geval ook par. 6 lid 7 van toepassing: “Onvoldoend werk wordt binnen een door de directie in billijkheid te stellen termijn tot haar genoegen door de aannemer verbeterd of vernieuwd. Deze verbetering of vernieuwing geschiedt op kosten van de aannemer, tenzij het onvoldoend werk het gevolg is van een omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt.”

Wat werd in het projectbestek vastgelegd?
In bestekpost 25.31.10-a is naast de bouwstofbeschrijving van het staalskelet volgens NEN-ENV 1090-1-97 (rubriek 1) opgenomen de verplichting tot het vervaardigen van werktekeningen (rubriek 5), alsmede het uitvoeren van detailberekeningen door de aannemer (rubriek 6).

De tekeningen van de constructeur bevatten eenduidige en nauwkeurige maataanduidingen van de betreffende liggers.

Jurisprudentie
In Hoofdstukken Bouwrecht nummer 696 1) wordt gesteld (indien het bestek geen bijzonderheden vermeld), dat “...de aannemer er van uit mag gaan, dat er geen afwijkingen zijn van wat normaliter mag worden verwacht.” Een maatafwijking van 60 mm (minder dan één procent) bij een verbouwing door een bekwaam en zorgvuldig aannemer kan worden verwacht. Zie ook de hierna volgende jurisprudentie van de Raad van Arbitrage 2).

RvA 19 augustus 1983, nr. 9915, Jaarverslag 1983, blz. 40):
Arbiters zijn van oordeel, dat zij zich bij de beoordeling van de afzonderlijke posten voor wat de toepassing van par. 29 lid 3 UAV betreft, gelet op de inhoud en strekking van die bepaling, behoren te laten leiden door de volgende uitgangspunten:

a. Onder ‘de in het bestek aangeduide toestand’ in par. 29 lid 3 UAV dient te worden verstaan de toestand in objectieve zin, d.w.z. de toestand, zoals een redelijk bekwaam en zorgvuldig aannemer die, gelet op de hem ten tijde van de inschrijving kenbare gegevens, geacht moet worden te hebben ingeschat.
b. Par. 29 lid 3 UAV stelt de werking van de grondregel, dat de aannemer het risico draagt van de uitvoering van het werk, niet ter zijde doch beperkt die. De in die bepaling bedoelde verschillen van zodanige aard, dat de gevolgen daarvan redelijkerwijs niet voor rekening van de aannemer dienen te komen, zijn verschillen ten aanzien waarvan met de kans, dat zij zich zullen voordoen, in de hiervoor sub a bedoeld objectieve zin ten tijde van de inschrijving, geen rekening behoefde te worden gehouden.

De jurisprudentie die is opgenomen in de Hoofdstukken Bouwrecht heeft in alle gevallen betrekking op de door de aannemer bij de inschrijving gehanteerde hoeveelheden en de afwijkingen daarvan in werkelijkheid. Het maken van een 60 mm langere ligger betekent bij toepassing van profiel HE IPE 300 een extra gewicht van tweeëneenhalve kilo staal. Zelfs als het vervaardigen van een ligger van de juiste lengte niet zonder bijbetaling van de aannemer kan worden verlangd, zou het hier gaan om een verwaarloosbaar bedrag (inkoop materiaal ca. 2,80 euro). Inmiddels is een veelvoud van het bedrag besteed aan discussie en adviezen over dit probleem.

In het onderhavige geval staat dan ook niet ter discussie de extra kosten van tweeëneenhalve kilo staal. Ter discussie staat het door de aannemer niet voldoen aan het bepaalde in de U.A.V. en in de overeenkomst. Bij het vervaardigen van de werktekeningen voor de staalconstructie had de aannemer het maatverschil kunnen constateren en had hij de afwijking ter kennis kunnen brengen van de directie. Eventuele goedkeuring van de werktekeningen door de directie heeft verder geen invloed, omdat in het bestekboek onder 01.05.10-02 is bepaald, dat de aannemer ook na goedkeuring door de directie, verantwoordelijk blijft “...voor de door hem gemaakte tekeningen betreffende de constructies, werkwijze, maatvoering en dergelijke.” Voor de directie blijft niets anders over, dan over te gaan tot afkeuring van het gerede werk over te gaan.

De rol van ontwerpers bij het samenstellen van besteksdocumenten
Ik vraag mij af, wat de constructeur er toe heeft gebracht om de maten zodanig nauwkeurig op zijn tekeningen te vermelden, zonder dat deze werkelijk in het werk waren of konden worden gemeten. Was het niet veel eenvoudiger geweest de betreffende maat te vermelden als “geschatte hoeveelheid 4) (“ca.”)?
Beter zou zijn dat constructeurs goede standaardteksten zouden plaatsen voor het weloverwogen samenstellen van de van hem verlangde besteksdocumenten op basis van een goede kennis van de U.A.V. en juridisch inzicht.

 

 


1) Hoofdstukken Bouwrecht, uitgave Kluwer, deel 12 B, blz. 72.
2) Hoofdstukken Bouwrecht, uitgave Kluwer, deel 12 B, blz. 72-73.
3) U.A.V. par. 36 lid 2: “De directie is bevoegd voor of tijdens de uitvoering van het werk bestekswijzigingen aan te brengen. Indien en voor zover deze bevoegdheid in het bestek aan de opdrachtgever is voorbehouden, is voor deze bestekswijzigingen een door de opdrachtgever aan de aannemer te verstrekken schriftelijke opdracht vereist.”
4) U.A.V. par. 38 lid 2: “Onder geschatte hoeveelheden worden verstaan de met de toevoeging 'naar schatting', 'ongeveer' of dergelijke aanduidingen in het bestek genoemde hoeveelheden. Een afwijking van een geschatte hoeveelheid wordt verrekend indien en voor zover er sprake is van een afwijking die meer bedraagt dan 10% van die geschatte hoeveelheid, tenzij zulks aanleiding tot onbillijkheid zou geven.”

 

bron: STABU-bulletin december 2009

 

Terug naar de vorige pagina

Stuur deze pagina door