Van de vragen die o.a. via de telefonische helpdesk, de STABU gebruikersdagen en de diverse cursussen en opleidingen bij de Stichting STABU zijn binnengekomen is een selectie gemaakt, welke in deze rubriek worden weergegeven.
Geplaatst op 21 februari 2010
Vraag: "Wanneer komt de aangekondigde brochure over 'of gelijkwaardig' uit?
Antwoord
De aan STABU verbonden juristen buigen zich nog over dit onderwerp en zijn het onderling nog niet met elkaar eens. In het STABU-bulletin van september 2009 werd de uitgave “O.G. in een STABU-bestek” aangekondigd. Daar het een STABU uitgave is, en dus bouwbreed gedragen moet zijn, is het concept van deze brochure uiteraard voorgelegd aan PG-01, de juridische projectgroep van STABU. Daarbinnen bleek echter onenigheid over de uitleg van een aantal in de brochure aangehaalde U.A.V. 1989 bepalingen. Hierbij ging het specifiek over de uitleg van de term “voorgeschreven bouwstoffen” en “met een fabrieksnaam aangeduide bouwstoffen”. Over de uitleg van de volgende U.A.V 1989 bepalingen gaat thans de discussie.
Paragraaf 5 “Verplichtingen van de opdrachtgever”, lid 2.
De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de door of namens hem voorgeschreven constructies en werkwijzen, daaronder begrepen de invloed die daarop door de bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, alsmede voor de door of namens hem gegeven orders en aanwijzingen.
Paragraaf 5 “Verplichtingen van de opdrachtgever”, lid 4.
De opdrachtgever is aansprakelijk voor de functionele ongeschiktheid:
a. van door hem voorgeschreven bouwstoffen;
b. van bouwstoffen, die bij een door hem voorgeschreven leverancier moeten worden betrokken, tenzij de aannemer een keuzemogelijkheid had met betrekking tot deze bouwstoffen. Onder de functionele ongeschiktheid van bouwstoffen wordt verstaan het naar hun aard niet geschikt zijn van deze bouwstoffen voor het doel waarvoor zij blijkens het bestek zijn bestemd.
Paragraaf 5 “Verplichtingen van de opdrachtgever”, lid 5.
De opdrachtgever is aansprakelijk voor de niet of niet tijdige levering:
a. van bouwstoffen die bij een voorgeschreven leverancier
moeten worden betrokken;
b. van door hem voorgeschreven bouwstoffen, tenzij de aannemer een keuzemogelijkheid had met betrekking tot de leverancier van deze bouwstoffen, mits in elk van de beide gevallen de aannemer het redelijkerwijs nodige heeft gedaan om nakoming en/of schadevergoeding te verkrijgen.
Paragraaf 17 “Verwerking van bouwstoffen”, lid 5.
Indien de directie zulks goed vindt, zal de aannemer in plaats van met een fabrieksnaam aangeduide bouwstoffen andere mogen leveren, mits van overeenkomstige hoedanigheid.
Paragraaf 18 “Keuring van bouwstoffen”, lid 6.
Voor rekening van de aannemer komen de kosten van:
a. het beschikbaar stellen van de voor de keuring nodige bouwstoffen;
b. het brengen van de bouwstoffen in een voor de keuring geschikte samenstelling en vorm;
c. de emballage en de verzending van elders te keuren bouwstoffen;
d. het in het vijfde lid bedoelde onderzoek, indien dit tot afkeuring leidt, tenzij het een bouwstof betreft, in het bestek aangeduid met een fabrieksnaam, of waarvan de leverancier door of namens de opdrachtgever is aangewezen;
e. de in het twaalfde lid bedoelde herkeuring, indien de deskundige de afkeuring handhaaft.
In een STABU-bestek, specifiek in het onderdeel “de beschrijving van het werk”, worden in de besteksposten de middelen beschreven waarmee of waarvan de bouwdelen worden gemaakt. Een wezenlijk onderdeel van een bestekpost is dus de bouwstofrubriek. Men zou kunnen stellen dat het merkloos voorschrijven van papierbehang in een bestekpost dus een voorgeschreven bouwstof is. Maar wat als nu het bijbehorende bouwdeel een wand in een douchehoek van de badkamer is. De 1e gedachte is dan dat, als het papier van de wand los laat, het een klassiek geval van een functioneel ongeschikte voorgeschreven bouwstof is, zoals bedoeld in paragraaf 5, lid 4 van de U.A.V. 1989. Niets is echter minder waar, stellen een aantal juristen in PG-01. In de onderhavige paragraaf worden louter en alleen merkgebonden bouwstoffen bedoeld, zo stellen zij. Derhalve dient een geschil over dit voorbeeld “opgehangen” te worden aan paragraaf 5, lid 2 van de U.A.V. 1989 oftewel een verkeerd voorgeschreven constructie of werkwijze. Conform deze lezing moet men het begrip “voorgeschreven bouwstof” uit paragraaf 5, lid 4 en paragraaf 5, lid 5 dus lezen als “met fabrieksnaam aangeduide bouwstof” overeenkomstig het woordgebruik in paragraaf 17, lid 5 en paragraaf 18, lid 6 van de U.A.V. 1989. Met andere woorden, in een bestekpost een bouwstof voorschrijven is niet gelijk aan een voorgeschreven bouwstof conform deze bepalingen in de U.A.V 1989! Andere juristen leggen beide bepalingen echter weer letterlijk uit. Anders had in paragraaf 17, lid 5 en paragraaf 18, lid 6 van de U.A.V. 1989 wel gewoon de term “voorgeschreven bouwstof” in plaats van “met fabrieksnaam aangeduide bouwstof” gestaan, zo menen zij. Deze discussie, die de uitgave van de brochure in de weg staat, is helaas nog niet ten einde.
Het toeval wil echter dat men momenteel ook bezig is met de herziening van de U.A.V. 1989 welke gepland staat voor eind 2010. De discussie lijkt nu aan deze herziening gekoppeld te gaan worden. Het is dus afwachten of het uitgeven van de brochure daarvan niet teveel afhankelijk wordt.
bron: STABU-bulletin maart 2010