Van de vragen die o.a. via de telefonische helpdesk, de STABU gebruikersdagen en de diverse cursussen en opleidingen bij de Stichting STABU zijn binnengekomen is een selectie gemaakt, welke in deze rubriek worden weergegeven.
Geplaatst op 14 juli 2010
In de rubriek 'In kort bestek' in STABU-bulletin juni 2010 gaat ir. S.W. (Sietze) Wierda namens de Bond van Nederlandse Bestekdeskundigen (BNB) in op de besteksbepaling "volgens nadere opgave van..."
In veel bestekken worden verwijzingen opgenomen naar adviseurs en andere partijen, die in de overeenkomst tussen opdrachtgever en aannemer moeten worden beschouwd als "derden". In een overeenkomst van aanneming voor de uitvoering van een werk volgens de "klassieke driehoek" zijn slechts de opdrachtgever (met de directie) en de aannemer partij. In deze overeenkomst (en de besteksdocumenten) dienen daarom geen verplichtingen van andere dan deze partijen te worden beschreven.
In dit artikel komt de veel voorkomende besteksbepaling “volgens nadere opgave van…” aan de orde.
De plaats van partijen in de overeenkomsten
De "klassieke driehoek" dankt zijn naam aan de wijze waarop de verhouding tussen de opdrachtgever (bijgestaan door de directie) en de aannemer traditioneel wordt vormgegeven. Volgens het schema van figuur 1 is de verhouding tussen de opdrachtgever en aannemer geregeld in een overeenkomst, die wordt voorgesteld door het groene bolletje. De verhouding tussen opdrachtgever en directie is geregeld in een andere overeenkomst (het oranje bolletje). De verhouding tussen aannemer en de directie is slechts een functionele (de oranje stippellijn).
Figuur 1 de 'klassieke driehoek'
In de huidige bouwpraktijk zullen zowel de aannemer als de architect/directie zich laten bijstaan door meerdere specialisten. De architect zal zich (bijvoorbeeld) laten bijstaan door een adviseur draagconstructies en een adviseur technische installaties. De aannemer zal werkzaamheden uitbesteden aan gespecialiseerde onderaannemers, zoals een staalconstructiebedrijf en een afbouwbedrijf.
Figuur 2 de uitgebreide 'klassieke driehoek'
In het overeenkomstenschema volgens figuur 2 vallen deze specialisten onder de verantwoordelijkheid van de aannemer respectievelijk de architect. De overeenkomsten die de aannemer en de architect sluiten met de specialisten worden voorgesteld door de witte bolletjes. Voor de opdrachtgever is er ten aanzien van de te sluiten overeenkomsten niets veranderd. Voor hem zijn alleen de gekleurde bolletjes van belang.
Figuur 3 de uitgebreide 'klassieke driehoek' met door de architect ingschakelde adviseurs
In de derde figuur heeft de opdrachtgever afzonderlijke overeenkomsten afgesloten met verschillende adviseurs. De werkzaamheden van deze adviseurs moeten worden gecoördineerd. Daar kan de opdrachtgever zelf zorg voor dragen, maar hij kan deze coördinatietaak ook opdragen aan de architect of een andere adviseur. Deze heeft dan slechts een functionele relatie met de andere adviseurs (de oranje stippellijn). In de verhouding tussen opdrachtgever en aannemer (de overeenkomst volgens het oranje bolletje) is er nog steeds niets veranderd. De inhoud van de overeenkomsten met de adviseurs (de groene bolletjes) heeft daarop geen invloed. Evenals in de eerste figuur hebben de onderaannemers wel een overeenkomst met de (hoofd)aannemer, maar geen overeenkomst met de opdrachtgever!
Figuur 4 de uitgebreide 'klassieke driehoek' met door de opdrachtgever ingeschakelde nevenaannemers en adviseurs
In de laatste figuur (4) heeft de opdrachtgever niet alleen met de adviseurs, maar ook met de specialistische (neven)aannemers afzonderlijke overeenkomsten gesloten. De werkzaamheden van deze (neven)aannemers moeten ook worden gecoördineerd. Als daaromtrent geen nadere afspraken worden gemaakt behoren deze werkzaamheden tot de taak van de directie (U.A.V. par 31, lid 2: “Tenzij in het bestek anders is bepaald, geschiedt de coördinatie van in elkander grijpende werken door de directie.”). De oranje stippellijn stelt de coördinatie van de nevenaannemers voor door één van de aannemers (bijvoorbeeld de bouwkundig aannemer). Het afstemmen van de deelbestekken en de coördinatie van de werkzaamheden van de nevenaannemers zijn al eerder behandeld in het artikel "Deelbestekken, nevenbestekken en coördinatie" in het STABU-bulletin van oktober 2006. Volgens het overeenkomstenschema zijn de nevenaannemers ten opzichte van elkaar "derden".
Volgens opgave constructeur (architect, leverancier) .....
Door de vermelding “volgens opgave constructeur” wordt een nieuwe partij geïntroduceerd in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de aannemer. Waar in de U.A.V. slechts sprake is van de aannemer, de opdrachtgever en de directie blijkt nu ook “de constructeur” een rol te spelen. Als er al sprake zou zijn van een “nadere opgave” dan komt deze opgave van de opdrachtgever of de directie. Indien de opgave niet nadrukkelijk door de opdrachtgever wordt gedaan, kan de vermelding van degene die de opgave doet achterwege blijven. Dat is dan in alle gevallen de directie.
De “nadere opgave” aan de aannemer kan slechts komen van de zijde van de wederpartij. De opdrachtgever dus, meestal via de directie. Een nadere opgave (bijvoorbeeld de aan te brengen wapening in een betonnen constructie) kan afkomstig zijn van de constructeur, maar het verstrekken van de desbetreffende tekening behoort tot de taak van de directie. De directie zal die tekening niet eerder verstrekken, dan nadat tussen de adviseurs en de opdrachtgever daarover overeenstemming is bereikt!
Tussen de aannemer en de constructeur bestaat geen overeenkomst. Die bestaat wel tussen de opdrachtgever (of de architect) en de constructeur. In juridische zin kunnen de aanwijzingen van de directie alleen maar verlopen langs de weg van de gesloten overeenkomsten. Dat in de dagelijkse praktijk de aannemer direct het woord kan richten tot de constructeur en andersom verandert niets aan de feitelijk gemaakte afspraken.
De werkzaamheden van de constructeur worden uitgevoerd op grond van zijn overeenkomst met de opdrachtgever of de architect. De in het kader van de directievoering uit te voeren werkzaamheden moeten door de opdrachtgever volgens de overeenkomst van het betreffende blauwe bolletje aan de constructeur worden opgedragen en vergoed.
Als er in verband met (bijvoorbeeld) “onvoldoend werk” werk door de constructeur extra werkzaamheden moeten worden verricht zal de verrekening daarvan ook langs de weg van de geldende overeenkomsten moeten verlopen. De constructeur brengt de kosten in rekening bij zijn opdrachtgever en via de directie worden deze kosten door de opdrachtgever in rekening gebracht bij de aannemer. Zie U.A.V. par. 6, lid 7: “Onvoldoend werk wordt binnen een door de directie in billijkheid te stellen termijn tot haar genoegen door de aannemer verbeterd of vernieuwd. Deze verbetering of vernieuwing geschiedt op kosten van de aannemer, tenzij het onvoldoend werk het gevolg is van een omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt.”
“Nadere opgaven” in het algemeen
In elke bepaling betreffende "nadere opgaven" schuilt een potentieel conflict. Immers, waar moest de aannemer op rekenen bij het maken van zijn inschrijfbegroting? De opdrachtgever en de directie moeten er altijd voor waken dat tijdens de uitvoering van het werk geen andere eisen (in de vorm van nader te vertrekken werktekeningen e.d.) worden gesteld dan hetgeen de aannemer redelijkerwijs op grond van het bestek kon verwachten.
Indien specificaties van onderdelen van het werk ten tijde van het samenstellen van het bestek niet bekend zijn moet voorzichtig worden omgegaan met bestempelen van deze onderdelen als “nader te bepalen”. De ogenschijnlijk risicoloze bepaling “Kleur: nader te bepalen” heeft al eens geleid tot een (door arbiters gehonoreerde) omvangrijke meerwerkeis van de aannemer. De aannemer was bij zijn inschrijving terecht uitgegaan van een standaard RAL kleur. Het toepassen van een niet-standaard kleur bracht aanzienlijk hogere kosten met zich mee.
Helemaal rampzalig is natuurlijk de variantbepaling “volgens opgave leverancier”. De leverancier is in veel gevallen niet eens aan de opdrachtgever bekend. Indien men detailbeslissingen (ook reken- en tekenwerk) aan de uitvoerende partijen wil overlaten is daar geen bezwaar tegen, maar verlang in het bestek de betreffende prestaties dan wel van de aannemer en niet van een derde! De aannemer kan de werkzaamheden uitbesteden, maar blijft daarvoor ten opzichte van zijn opdrachtgever verantwoordelijk. De resultaten van reken- en tekenwerk door de aannemer is in alle gevallen onderworpen aan de goedkeuring van de directie. Zie U.A.V. par. 6, lid 2: “De aannemer is verplicht het werk uit te voeren volgens de door de directie te verstrekken en de door haar goed te keuren tekeningen...”
In de gevallen, waarin het definitief vaststellen van specificaties echt niet mogelijk is, staan de volgende (juiste) mogelijkheden open:
bron: STABU-bulletin juni 2010