Navigatie

In het STABU nieuwsarchief worden STABU nieuwsberichten en persberichten bewaard evenals artikelen over STABU die in de media zijn verschenen.

Onder Ede - Liefde voor het vak

Geplaatst op 21 juli 2010

In de rubriek 'Onder Ede' in STABU-bulletin juni 2010 geeft auteur ir. O. Sluizer zijn visie op wet- en regelgeving in de bouw

In de rubriek 'Onder Ede' in STABU-bulletin juni 2010 geeft auteur ir. O. Sluizer zijn visie op wet- en regelgeving in de bouw

Hoe komt het dat bepaalde projecten niet voor de geplande kosten en evenmin binnen het geplande tijdsverloop worden opgeleverd? Deze vraag, die ik al eerder aan de orde stelde, kwam weer bij mij op toen een tijdje geleden in mijn krant een overzicht verscheen van 10 grote projecten van overheidsopdrachtgevers die alle duurder waren uitgevallen dan in de oorspronkelijke bedoeling lag. De krant concludeerde dat het wel een wetmatigheid leek: grote bouwprojecten zijn veel duurder dan gedacht of veel later klaar dan afgesproken, en meestal allebei.
Volgens prof. Hugo Priemus is een van de oorzaken een bepaalde oude cultuur die je niet zo maar wegpoetst met een parlementaire enquête naar bouwfraude. Er zijn ook wel technische oorzaken aan te wijzen, zoals al te innovatieve oplossingen waarmee nog onvoldoende ervaring is opgedaan. De van goede bedoelingen verzadigde regelgeving kan ook voor de nodige vertraging zorg dragen. En wellicht ontbrak oir. O. (Otto) Sluizerok de nodige chemie tussen partijen, een moeilijk te meten maar niettemin cruciaal aspect in het bouwproces.

De ontwikkeling van allerlei procesgerichte systemen in samenhang met de voortdurende automatisering staat natuurlijk los van de bouwfraude. Maar de na de eerder genoemde bouwenquête ingestelde Regieraad Bouw heeft in het kader van imagoverbetering van de bouw een indrukwekkende hoeveelheid rapporten het licht doen zien die allemaal beogen een beter bouwproces te stimuleren. En dan voornamelijk op het gebied van management en ethiek (onder andere: “Glashelder bouwen” over transparantie, “Samenwerken werkt” met praktijktips, “Leidraad aanbesteden” voor professioneler aanbesteden, “Anders Denken, Anders Bouwen” over, ondermeer, maatschappelijk verantwoord ondernemen en integriteit). Het ethische aspect is bepaald nieuw. Waar vroeger integriteit zonder blijk van het tegendeel als bijna vanzelfsprekend mocht worden verondersteld, wordt nu actief bewerkstelligd dat partijen op integere wijze met elkaar omgaan, en worden te dien einde diverse activiteiten al of niet met succes ontwikkeld. Integriteit wordt gepromoveerd tot een essentieel element in een succesvol economisch systeem.

Helaas constateerde kort geleden de directeur van de nieuwe organisatie Vernieuwing Bouw op de lancering van deze netwerkorganisatie als opvolger van de Regieraad Bouw dat de implementatie van allerlei innovaties toch maar moeizaam lukt in de praktijk van alledag. Zal nu de grotere nadruk op transparantie en integriteit de balans doen kantelen naar de goede kant? Uiteraard mogen wij dit hopen.

Eigenlijk komt het op het volgende neer: zou je met de “kennis van nu” (dat wil zeggen met alle eerder genoemde systemen en modellen en bovendien goede samenwerking, transparantie, integriteit) de bouw van grote projecten zoals de Haagse tramtunnel, of de vernieuwing van het Rijksmuseum, of de Betuwelijn, of de blunderput in Rotterdam, vandaag tot een perfect einde kunnen brengen? Zo ja, prachtig! Zo nee, waarom dan niet? In een vorige column heb ik betoogd dat het scala aan classificatiesystemen, managementsystemen, communicatiesystemen, kostenbewakingssystemen en dergelijke, blijkbaar niet bij machte is geweest om het te grote aantal bouwfouten noemenswaardig te reduceren. Want ondanks de geweldige mogelijkheden die al die systemen, inclusief BIM en PIM, bieden aan de verschillende actoren in de bouwkolom, de menselijke factor blijft blijkbaar van niet te onderschatten belang. De menselijke factor komt juist tot gelding in alles wat met management te maken heeft enerzijds, en in de normen en waarden, dus de ethische achtergrond, waarmee de verschillende partijen al of niet bewust opereren anderzijds. Dat is een eerste reden waarom bouwprocessen niet automatisch op rolletjes lopen. Een tweede reden zoek ik in de wet van de hulpmiddelen. Deze ijzeren wet stelt dat naarmate de omvang en de kwaliteit van de hulpmiddelen toeneemt, de mensen die daarvan gebruik moeten maken dommer worden. Zij vertrouwen op procedures en toezichthouders en vergeten alert te blijven en zelf op te letten. Dit geldt voornamelijk voor die partijen die niet als vakman in de bouw zijn opgeleid en niet over eigen deskundigheid op bouwtechnisch niveau beschikken. Een derde reden ligt in het verlengde van de tweede, namelijk dat de omvang van de ingezette hulpmiddelen op een bepaald ogenblik contraproductief gaat werken, waarbij het proces niet soepeler gaat lopen maar juist omslachtiger wordt. Een voorbeeld hiervan vind je in de publicatie “Regeldruk in de regionale bouw en infra” van de Regieraad Bouw waar gewezen wordt op de bouwvergunningsprocedure in een van de Duitse deelstaten. Daar wordt door Bouw- en Woningtoezicht gecontroleerd of een woningbouwplan voldoet aan het bestemmingsplan en aan welstandseisen en of de aannemer erkend is. Verder wordt alles overgelaten aan de deskundigheid van de ontwerpende en uitvoerende partijen, met strengere garantiebepalingen dan hier gebruikelijk. Het resultaat is een lagere regeldruk en dus snellere doorlooptijd dan bij ons gebruikelijk.

De ontwikkeling van wat ik hulpmiddelen heb genoemd gaat natuurlijk voortvarend verder, zowel op technisch als economisch en juridisch gebied. Zo hoort het ook. Maar dan moet er wel gebouwd worden op het goede dat reeds bestaat. Het Strategieplan van de Bouw Informatie Raad schijnt zich daarvan weinig aan te trekken. Een déjà vu gevoel maakt zich van je meester bij het lezen van dat plan waarin het de bedoeling is om vanaf nu beter, goedkoper en sneller te bouwen, alsof dat niet het streven was van vele eerdere generaties ontwerpers en uitvoerders en alsof niet het een en ander op dat gebied reeds ontwikkeld is. Net als in andere sectoren van de maatschappij is hier weer een partij bezig met het ontwikkelen van hulpmiddelen waar het zou moeten gaan om het in de praktijk brengen van de reeds bestaande middelen. Geef toch de professionals als “makers” de kans om hun werk goed te doen in plaats van allerlei goedbedoelde aansturingsmechanismen te ontwikkelen. Natuurlijk moet er aangestuurd worden, en dit aansturen van processen vereist ook andere verantwoordelijkheden dan die van het maken. Maar het maken is uiteindelijk waar het om gaat.

Ik zou nu een waarschijnlijk zeer ouderwets begrip willen introduceren, namelijk liefde voor het vak. De voor het vak opgeleide makers willen natuurlijk best een leuke boterham verdienen, maar als opdrachtgevers die meer denken in waarde dan in laagste prijs, die niet onnodig risicomijdend gedrag als hoogste wijsheid hanteren, die hun rol vervullen afhankelijk van hun bouwtechnische competentie, als die opdrachtgevers de makers de kans geven om hun professie uit te oefenen, dan zullen die makers ooit een perfecte “Betuwelijn” kunnen opleveren. Voor meesterschap bljft vakmanschap onmisbaar. 

ir. Otto Sluizer

Reacties op dit artikel kunnen gestuurd worden aan e-mail: postmaster@stabu.nl o.v.v.  artikel bulletin.


 

bron: STABU-bulletin juni 2010

Terug naar de vorige pagina

Stuur deze pagina door