FAQ STABU Bouwbreed

Antwoorden op veelgestelde vragen m.b.t. STABU Bouwbreed:

Op zowel de website van de BNB als KUBUS wordt gesproken over een rapport van de BNB, waarin Bouwbreed er niet goed vanaf komt. Wat is daarop jullie reactie?                                                                                                                                                                                                                                          

Zie voor het antwoord de reactie bij Algemeen.

Wanneer ik als licentiehouder overstap op STABU Bouwbreed, kan ik in 2017 dan nog gewoon werken met STABU2?
Ja. Als u overstapt op STABU Bouwbreed als licentiehouder, dan kunt u naast het gebruik van de STABU Bouwbreed modules en de gratis STABU Bouwbreed software, tevens gratis werken met de STABU2-systematiek incl. updates, dit i.c.m. de voor u bekende software van de systeemhuizen. Meer informatie om over te stappen: brief licentiehouders.

Is STABU Bouwbreed te gebruiken in software van softwareleveranciers?
STABU is in overleg met de reguliere systeemhuizen die besteksverwerkende software ontwikkelen inzake de samenwerking. STABU Bouwbreed is beschikbaar voor andere softwareleveranciers (om niet), die op basis van een Exploitatieovereenkomst STABU Bouwbreed, software kunnen ontwikkelen t.b.v. hun klanten.

Er zijn inmiddels meerdere standaarden op de markt. Wat maakt STABU Bouwbreed beter dan bijvoorbeeld de NL/SfB, NEN2699, etc.?
STABU Bouwbreed levert een logische opbouw van systemen en installaties door middel van componenten die zijn aangesloten op technische oplossingen welke eveneens bruikbaar zijn binnen de traditionele werksoorten. Nieuwe opbouw van inhoudelijke specificaties biedt nieuwe mogelijkheden voor bijvoorbeeld calculeren, zoeken op kwalitatieve kenmerken en aansluiting van specificaties op BIM. Voor specificeren op hogere niveaus bevat STABU Bouwbreed de module Ruimten.

Ik ben gewend te werken met STABU Element. Deze classificatie heb ik doorgevoerd in al mijn ontwerpen en calculaties. Ik vind deze niet terug in STABU Bouwbreed?
STABU-Element is inmiddels bij een groot aantal marktpartijen geadopteerd als een standaard indeling waaraan calculaties, ontwerpen en berekeningen gekoppeld worden. Ondanks dat STABU veel energie heeft gestoken in de ontwikkeling van STABU-Element en dit gebruikt wordt door veel partijen, is STABU er absoluut van overtuigd dat de classificatie ‘Bouwsystemen & Installaties‘, onderdeel van STABU Bouwbreed, een grote verbetering is t.o.v. STABU-Element en daarmee veel beter aansluit op de hedendaagse praktijk en toekomstige ontwikkelingen.

Bestekken die ik maak zijn gekoppeld aan mijn licentienummer. Is het mogelijk dat een ander bedrijf (met een ander licentienummer) mijn bestek kan bewerken? Hoe gaat dat in zijn werk?
Dit is mogelijk door het project op te slaan in het STABU formaat  *.SUFX. Vervolgens is dit bestand dan – indien gewenst – te bewerken door een andere STABU-licentiehouder.

Hoe kan ik fabrikaatloos specificeren met STABU Bouwbreed?
Zowel in de STABU2-systematiek als STABU Bouwbreed zijn de basis specificaties fabrikaatloos. Een verbetering ten opzichte van de STABU2-systematiek is dat men met STABU Bouwbreed op basis van ‘prestaties’ productkeuzes kunnen worden gemaakt, zonder daarbij een fabrikant voor te schrijven.

In het voorbeeldbestek van een lichtinstallatie dat STABU heeft opgeplaatst op de website, staat niets over ‘bedrading’ opgenomen. Hoe zit dat precies?
Het betreffende voorbeeldbestek is een prestatie uitvraag van een werkende lichtinstallatie zoals wettelijk is bepaald “In elke betreedbare ruimte in tot bewoning bestemde gebouwen, logiesgebouwen en woonschepen moeten voldoende contactdozen en aansluitpunten voor verlichting zijn aangebracht om op veilige en doelmatige wijze de ruimte te kunnen gebruiken“. Omdat er buisleidingen zijn uitgevraagd in de woonkamer, slaapkamers en keuken is hiervan het logische gevolg dat er draden moeten worden getrokken had we dit niet gedaan dan had de installateur ook de keuze gehad om kabels (je weet wel die grijze) op de wand te plaatsen op deze locaties want dit is wettelijk toegestaan (op de zolder indien aanwezig is dit dus wel een keuze mogelijkheid van de installateur want hier hebben we geen buisleidingen uitgevraagd). De bedrading is dus expliciet niet omschreven omdat er geen extra eisen zijn bovenop het wettelijk minimum niveau zoals aangegeven in NEN 1010 aangewezen door het bouwbesluit 2012 (het gaat hier per slot van rekening over sociale woningbouw) en hoef je dus niet op te nemen in de overeenkomst.

De installatie moet ten alle tijden voldoen aan de eisen van bouwbesluit Artikel 6.8. Voorziening voor elektriciteit

1. Een voorziening voor elektriciteit voldoet aan:
a. NEN 1010 bij lage spanning, en
b. NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522, bij hoge spanning.

2. Bij een bestaand bouwwerk voldoet in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, de voorziening voor elektriciteit aan V 1041.

De NEN 1010 stelt de volgende verplichtingen aan de bedrading:

De minimale kerndoorsnede van leidingen van koper voor vermogens- en verlichtingsketens is 1,5 mm2  (zie bepaling 524.1 en tabel 52.2 van NEN 1010). In afwijking hiervan moet voor installatiedraad in buis de nominale kerndoorsnede ten minste 2,5 mm2 zijn voor de voeding van wandcontactdozen voor algemeen gebruik in woningen. Dit heeft tot doel om overbelasting van leidingen voor de voeding van wandcontactdozen te voorkomen. Er kunnen namelijk op de contactdozen grote toestellen worden aangesloten zoals bijvoorbeeld elektrische kachels.

In woningen worden meestal gemengde groepen aangelegd, dus eindgroepen waarop zowel lichtpunten als wandcontactdozen worden aangesloten. Daarom moet voor een installatie uitgevoerd met draad in buis gebruik worden gemaakt van draden met een kerndoorsnede van ten minste 2,5 mm².

Dit geldt voor:

  • de fasedraad;
  • de nuldraad;
  • en de beschermingsleiding.

De schakeldraad naar de lichtpunten mag in 1,5 mm².worden uitgevoerd omdat er geen kans is op overbelasting bij verlichtingstoestellen.
Sschakeldraden die worden gebruikt om wandcontactdozen te schakelen, bij zogenoemde geschakelde contactdozen waarmee met één handeling een aantal contactdozen worden in- of uitgeschakeld, moet wel in 2,5 mm2 worden uitgevoerd omdat hierbij wel de kans op overbelasting bestaat.

Voor installaties uitgevoerd met kabel geldt het bovenstaande niet. Daarbij moet de vereiste kerndoorsnede worden berekend, waarbij wel het minimum van 1,5 mm2 van toepassing is. In sommige gevallen, afhankelijk van de wijze van aanleg en de omstandigheden, is een aderdoorsnede van 1,5 mm2 ook voldoende voor de fase en nulader.

De bedrading is dus ter keuze van de installateur als hij i.p.v. 1,5 kwadraat 2,5 kwadraat wil gebruiken als schakeldraad dan kan dit.

Voor als je de NEN 1010 niet in je bezit hebt hier meer info zie http://nen1010.cobouw.nl/bijzondere-installaties/woonhuisinstallaties/elektrische-installaties-woningen

Tip, je kan ook een NEN 1010 inspectie uitvragen bij oplevering als je een derde de opgeleverde installatie wilt laten inspecteren,

04 Elektrotechniek

01 Centrale elektriciteitsvoorziening
De lichtinstallatie dient bij oplevering te worden geïnspecteerd conform de NEN 1010 door een onafhankelijk installateur
ter keuze van de opdrachtgever.

 

Heeft u een vraag die niet in de FAQ vermeld staat? Maak dan gebruik van het vragenformulier.